Snel heel veel nuttige woorden bijleren? Vaak is woordenschattraining gebaseerd op woordfrequenties en dat is uiteraard een zinnige benadering. Een andere benadering is aanleren van woorden die allemaal bij een bepaald onderwerp horen. Ook dit levert een nuttige groei van de woordenschat op. Deze benadering wordt zelfs uiterst effectief als je een onderwerp kiest dat in alle aspecten van het dagelijks leven een rol speelt: getallen.
Bij getallen denk je misschien simpelweg aan leren tellen in het Nederlands, maar dit woordenschat-onderwerp is flink wat breder dan je misschien in eerste instantie zou denken. Getallen zijn overal. Goede kennis van getallen is iedere dag toepasbaar bij zo'n beetje alles wat je doet: boodschappen, koken, werken, onderweg, bij het sporten, klokkijken of plannen.
In het boekje 'Hoe gebruik je getallen in het Nederlands' van dr. Lijntje Pronk leer je in korte tijd verrassend veel nieuwe woorden gebruiken die met getallen te maken hebben. Wat is bijvoorbeeld het verschil tussen 'een', 'ene' en 'eentje'?
En je leert hoe Nederlanders getallen daadwerkelijk in de spreektaal gebruiken. Waarom zeg je bijvoorbeeld dat iets ‘twee dagen’ duurt maar niet ‘twee uren’ (correct: ‘twee uur’)? Waarom is ‘driedubbel’ niet hetzelfde als ‘zes’? Wanneer zeg je ‘drie tientjes’? En hoeveel is ‘elfendertig’?
Het is een boekje over leeftijden, jaartallen, afstanden, maten, sommen en bedragen met talloze voorbeeldzinnen, oefeningen en uitleg van uitdrukkingen en idioom. Een geweldige woordenschat-boost voor halfgevorderden en gevorderden (B1-2).